Home De club Goed om weten Jeugdbeleid in de club
Jeugdbeleid in de club

Kernboodschap jeugdwerking

Het is niet alleen de bedoeling dat jongeren bij BC Schoten komen om “wat te basketten”. Jongeren die in onze club terecht komen mogen meer verwachten : een kwaliteitsvolle polyvalente opleiding waarbij de basistechnieken tot in de details worden uitgelegd en verbeterd zonder de context van het basket als spel, teamsport en competitie uit het oog te verliezen.

De jeugdopleiding zal als onderdeel gezien worden van de algehele ontwikkeling van de jongere en trachten bij te dragen aan zijn gezondheid, persoonlijke en sociale waarden, psychologische ontwikkeling, maatschappelijke profilering en sportcarrièreplanning.

Wat betreft de tactiek is inzicht verwerven in spelsituaties een eerste doelstelling. Basketbal speel je meer nog met je verstand dan met je armen en benen. Rigide tactische systemen worden niet opgelegd, alhoewel bepaalde basispatronen als onderstroom zullen dienen voor de continuïteit in de club tussen de verschillende ploegen en leeftijdscategorieën.


Wat houdt jeugdopleiding in ?

Een basketjeugdopleiding is meer dan alleen het bijbrengen van basistechnieken en  –tactieken. De jeugdcoördinator en het trainingsteam zullen zich ook buigen over andere noodzakelijkheden die er op gericht zijn om “de individuele basketter” tot “een zo compleet mogelijk sporter” te doen uitgroeien.

Het is de opdracht van de club, bestuur en sportieve cel, om in die optiek een standpunt in te nemen, een rechtlijnige en éénduidige politiek aan te houden en blijvend na te denken over volgende vragen.

* Wat wordt er verstaan onder de “ontwikkeling” van de jonge sporter in het geheel van de jeugdopleiding ? Hoe kunnen wij als club daarin bijdragen ? Wat moeten de fundamenten zijn ?
* Wat zijn de specifieke doelstellingen voor elke individuele leeftijdscategorie ?
* Welke verplichtingen hebben de jeugdspelers zelf ? Welke interne werkregels en afspraken moeten zij individueel en per ploeg naleven ?
* Welke zijn de algemene clubrichtlijnen aangaande het coachen ? Wat wordt van individu en ploeg verwacht voor, tijdens en na de wedstrijd ?
* Houdt de club er specifieke richtlijnen op na doorheen de ganse jeugdopleiding betreffende offensieve en/of defensieve tacktieken ?

De algemene missie van de club kan op basis van deze vragen als volgt vertaald worden in enkele belangrijke sportieve thema’s.

De rol van het basketbalspel in de educatieve ontwikkeling van kinderen

De term “jeugdopleiding” omvat een cyclus van 12 jaar, ingedeeld in volgende categorieën :

* mini-basketbal : de jongste spelertjes en speelstertjes (gemengd) spelen op lage baskets : pre-miroben (6 en 7 jarigen), microben (8 en 9 jarigen),     benjamins (10 en 11 jarigen).

* jongerenbasket : spelen op hoge baskets : pupillen (12 en 13 jarigen) (gemengd), miniemen (14 en 15 jarigen) (jongens en meisjes gescheiden), kadetten (15 en 16 jarigen) (jongens en meisjes gescheiden);

Na deze 12-jaar doorlopen te hebben, zouden de spelers/speelsters (ieder volgens eigen individuele mogelijkheden en talenten) over de nodige fundamentele vaardigheden en tactisch inzicht moeten beschikken om op het niveau van hun keuze, met vreugdeen motivatie basketbal te blijven spelen.

Om de uitdaging voor elke speler individueel levendig te houden zullen spelers met voldoende mogelijkheden af en toe in een hogere leeftijdscategorie opgesteld  worden (indien dat kan ingepast worden in het betrokken team).

In de leeftijdscategorie juniors (18 tot 20 jarigen) wordt de nadruk gelegd op het onderhouden en verbeteren van de basistechnieken en het toepassen ervan in offensieve en defensieve ploegtactieken.

Bij BC Schoten wordt geopteerd om in de premicrobencategorie de spellers en speelsters op een recreatieve en speelse manier kennis te laten maken met het basketball, zonder al te ver in te gaan op het onderrichten ervan. Het is echter erg belangrijk dat vanaf de microbencategorie werkelijk aan basketonderricht gedaan wordt. Uiteraard zullen de methodiek en aanpak verschillend zijn in het mini-basket dan  in het jongerenbasket bij oudere en reeds ervaringrijke jongeren.

De club zal dan ook voorzien in een degelijk programma, het sportief plan (zie verder), dat opbouwend is samengesteld en verspreid over de 12 jaren van jeugdopleiding. Dit programma omvat een standaard pakket waarin vooral het aanleren van de fundamentele vaardigheden (zowel aanvallend als verdedigend) aan bod komen en waarin een overzicht zit van de verplichte kennis en streefdoelen per groep. Het opstellen , implementeren en controleren van het sportief plan is de hoofdopdracht van de sportief coordinator (technisch adviseur) en de jeugdcoördinator

        
De algehele ontwikkeling van een jonge speler

1 Aandacht voor de gezondheid van de jeugdspelers

Er zorg dragen voor dragen een gezond lichaam te hebben en te houden is een belangrijk aspect in de groei en de ontwikkeling van het kind. De trainer/coach zal dan ook erg veel rekening moeten houden met de lichamelijke capaciteiten van zijn spellers bij het opmaken en geven van de trainingen en tijdens het spelen van wedstrijden. Ook de belangrijke rol van hygiëne en voeding moeten aangekaart worden.

2. Aandacht voor de ontwikkeling van persoonlijke en sociale waarden

In het groeiproces van kind naartiener en verder naar adolescent en jong-volwassene, kan  de basketbalopleiding bijdragen tot het ontwikkelen van persoonlijke en sociale waarden zoals engagement voor, trouw aan en verbondenheid met de club, doorzettingsvermogen en volharding, persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover een groep, capaciteit tot samenwerken, respect voor regels en andere mensen, competitieve ingesteldheid, enz.

3. Aandacht voor de ontwikkeling van de psychologische middelen

Het verwerven van psychologische middelen kan erg nuttig zijn, niet alleen in het
basketspel, maar ook in het latere leven : de ontwikkeling van het kennen, het beheersen van kennis en vaardigheden, het gewaarworden van zelfbewustzijn,  controle over zelfbeheersing, woedemanagment, omgaan met succeservaringen, falen en verlies, enz.

4. Aandacht voor evolutie van spelvorm naar vervolmaking

Zeker in het beginstadium van de opleiding moet getracht worden aan de jeugd het plezier mee te geven dat sporten in het algemeen met zich meebrengt, door aan basket te doen op een recreatieve wijze. Op latere leeftijd zal gestreefd worden naar meer gedrevenheid en het vervolmaken van de basketvaardigheden, doch steeds in een sfeer van ontspanning en plezier. Er zal ook naar een evenwicht gezocht worden tussen het stellen van de jeugdopleiding in functie van doorstroming naar een eigen seniorsteam en/of het vormen van basketspelers in functie van hoger gekwalificeerde clubs , kortom het uitbouwen van een optimale basketbalcarrière voor iedere individuele speler.

5. Aandacht voor de rol in de maatschappij

In de huidige maatschappij  kan een eenvoudige boodschap als “stuur uw kind naar de basketbalclub, dat houdt hem of haar van de straat” ook een onderliggende motor zijn voor de jeugdopleiding. Er ligt dan zeker ook een rol weggelegd voor de club om kinderen en jongeren te sensibiliseren voor maatschappelijke problemen zoals roken en alcohol- en drugsmisbruik, sexueel overdraagbare ziekten, ed.


Verplichtingen van de spelers

Om tot een degelijke structuur te komen moet vertrokken worden vanuit een sterke organisatie. Het is de trainer/coach die een werkplan dient op te maken dat het mogelijk maakt om zijn/haar ploeg  optimaal te doen renderen. In zo’n werkplan moet ook gedacht worden aan tijdstip van de trainingen en wedstrijden zodat het vervoer naar en van de locaties kan geregeld worden.

Eens dit werkplan op punt en aanvaard door alle betrokkenen mag er van de spelers en hun ouders geëist worden dat dit plan ook strikt nageleefd wordt. Dit betekent dat iedereen steeds op tijd aanwezig zal zijn op trainingen en wedstrijden en dat afwezigheid in alle gevallen tijdig dient verwittigd te worden. De trainer/coach zal zich laten bijstaan door de ploegafgevaardigde voor het regelen van extra-sportieve taken die rechtstreeks met de goede werking van het team te maken hebben.

Er kunnen door de trainer/coach ook afspraken gemaakt worden inzake de te dragen kledij bij
indoor en outdoor activiteiten. In het algemeen is het de regel van de club dat de kledij van de spelers tijdens het beoefenen van een sportieve activiteit van de club moet voldoen aan de regels opgelegd door de VBL (voor wedstrijden) en aan de geldende normen van goede smaak (voor trainingen). Het dragen van voorwerpen (bv. juwelen) die kwetsuren kunnen veroorzaken aan speler, medespelers of tegenstrevers is strikt verboden.

Coaching in functie van leeftijd

Het woord “coach” kan best vertaald worden als “begeleider, mentor, gids”: iemand die een ander persoon “leidt” om één of meerdere handelingen naar best vermogen uit te voeren. Coaching kent geen eindpunt, maar overcoaching kan eerder nadelige gevolgen hebben voor de speler(s). Zeer belangrijk is dat het coachen gekenmerkt wordt door objectiviteit (realistische doelen stellen, correct maar tollerant), dat het opbouwend is (rechtvaardig analyseren met een juiste foutenanalyse) en positief ingesteld (concentreren op wat komen gaat, nadruk op wat belangrijk is) en dit zowel tijdens trainingen als op wedstrijden.

De coach moet bepaalde coachingregels of - richtlijnen (“rules”) vastleggen die specifiek zijn voor de baskettechnische en -tactische uitvoeringen. Coaching is een taak waarbij het leiden naar en het bijsturen van bepaalde vaardigheden vooraan staan. Het woord “teaching” is in dit opzicht zeker op zijn plaats. Het is vanzelfsprekend dat de algemene geldende coachingrichtlijnen in de club, door alle coaches worden erkend, gevolgd en toegepast.
   
Zoals eerder gezegd zorgt het basketbal voor uitstekende gelegenheden om persoonlijke en sociale waarden te verhogen en de psychologische middelen van jonge spelers te vergroten. Het spelen van basketbal kan een ervaring  zijn die positief en lonend is. Eén van de belangrijkste taken van de trainer/coach is dus om ervoor te zorgen dat de jonge spelers (en speelsters) deze positieve ervaringen ook daadwerkelijk kunnen beleven.

De trainer/coach bij het mini-basket moet begrijpen dat sommige kinderen sneller vorderingen maken dan anderen. Er moet een algemeen sportief plan gevolgd worden, maar het individuele “zijn” van de
speler/speelster moet gerespecteerd worden. Op deze leeftijd is het nastreven van het verwerven van perfecte basketfundamenten niet van het grootste belang. Het is voldoende dat de kinderen de meeste basistechnieken kennen om deze later verder te kunnen ontwikkelen. Vooral het plezier in het beleven van het basketbalspel en de persoonlijke initiatieven van de spelertjes en speelstertjes zijn belangrijk in deze leeftijdscategorie.

Bij 13-14 jarigen moet de trainer/coach zich realiseren dat, ondanks het feit dat sommige spelers/speelsters fysiek groter en sterker zijn, het nog steeds jonge tieners zijn. Op deze leeftijd gaan de kinderen door een periode van emotionele kwetsbaarheid waarin zij het nodig hebben bevestigd te worden als individu, opgenomen te zijn in een groep en erkend, zichzelf een plaats kunnen veroveren. De coaches in deze leeftijdsgroep moeten de kinderen helpen om hen op een progressieve manier naar een hoger basketbalniveau te brengen door dieper in te gaan op het ontwikkelen van fundamentele technieken en individuele tactische beslissingen in het spel 1-tegen-1, 2-tegen-2 en 3-tegen-3.
De coaching/teaching mag zeker niet te snel en oppervlakkig zijn, vermits de spelers/speelsters de kans moeten krijgen de principes in zich op te nemen en te verwerken. Dit zal vaak best gebeuren door herhaling, indien mogelijk onder verschillende en gevarieerde oefenvormen (drills).

De jongeren moeten zich in dit leerproces veilig voelen zonder dat hen limieten oplegd worden. Het is aangewezen dat de kinderen in staat zijn alle taken die van hen gevraagd worden, uiteindelijk ook door hen kunnen uitgevoerd worden. Een trainer/coach die met deze leeftijdsgroep werkt, moet een aantal verschillende situaties aanvoeren, die de spelers/speelsters kunnen onder controle houden zodanig dat hun zelfvertrouwen groeit.

De trainer/coach van de 15-16 jarigen moet aandacht hebben voor de verderzetting van het individuele vormingsproces van de spelers/speelsters. Hij zal de particuliere noden van elke speler moeten analyseren met meer zin voor detail. Ook mag er nu begonnen worden met een specifieke lichamelijke voorbereiding (bijwinnen van kracht, snelheid, springkracht) rekening houdend met de persoonlijke karakteristieken van elke speler/speelster. Er zal nu meer tijd besteed worden aan het ontwikkelen van individuele tactische beslissingen en er kan gestart worden met de basisaspecten van ploegtactiek. De trainer/coach moet er ook erg op toezien dat spelers niet gaan “blokkeren” door de angst fouten te maken (faalangst). Spelers moeten niet blindelings opgelegde patronen uitvoeren (op die manier worden zij robots) maar moeten de vrijheid krijgen zelf op een basketbalveld beslissingen te nemen en situaties naar eigen vermogen te beoordelen. De trainer/coach zal deze gecontroleerde initiatieven promoten door vooraf aan de spelers criteria aan te reiken die hen in staat stellen om correcte beslissingen te nemen en nadien de verdienste in de verf te zetten van spelers die hun initiatieven proberen overeen te doen stemmen met die gestelde criteria.

In de groep van de 17-18 jarigen is het erg belangrijk dat de waaier van individuele technische verworvenheden verder wordt uitgediept door doorgetreven training en er geschaafd wordt aan de resterende tekortkomingen en zwakke punten. De trainer/coach zal een zeer sterke zin voor detail hebben. Een beweging kan in grote lijn goed uitgevoerd zijn, doch door het verbeteren van kleine details toch bog op een hoger niveau gebracht worden. In deze fase van de opleiding is de tijd gekomen om meer complexe tactische beslissingen te ontwikkelen. Op deze leeftijd mag de coach zich het recht toeëigenen het verwachtingsniveau te doen toenemen, de lat iets hoger te leggen, zodat karaktervolle spelers zichzelf verder kunnen verbeteren. Stagnatie is in deze fase een groot gevaar. Trainingen moeten gericht zijn op competitieve situaties, zodanig dat de spelers leren functioneren in de meest ongunstige wedstrijdsituaties. Er moet geleerd worden om te spelen met een exclusieve en positieve winnersmentaliteit, maar met het nodige respect voor vriend en tegenstander.

Samengevat kan men stellen dat de betere trainer/coach niet hij/zij is die coaches met een grotere prestige gaan nadoen, doch wel hij/zij die in staat is om in zijn werk rekening te houden met de karakteristieken van zijn/haar spelers en ploeg, zoals de leeftijd, hun vaardigheden en de algemene doelstellingen die vervuld moeten worden. De trainer/coach die een evenwicht vindt tussen deze drie elementen levert zeker uitstekend werk.

 

 

Sfeerbeelden

  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden
  • Sfeerbeelden

Onze sponsors

  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow